Zoeken

Ethisch advies: Zorgvuldig omgaan met informatie

In welzijn en onderwijs wordt veel gesproken en besproken, zowel met de persoon met een handicap als over hem of haar. Het woord bevat informatie en deze informatie is nodig opdat de begeleiders hun verantwoordelijkheid voor een goede zorg zouden kunnen opnemen. Bij het spreken en bespreken komen de begeleiders terecht in een spanningsveld tussen het geheimhouden en het  delen van informatie. De visiegroep ethiek in welzijn en buitengewoon onderwijs wil de begeleiders en de directies uitnodigen om aan de hand van dit advies kritisch na te denken over hoe ze zorgvuldig met informatie kunnen omgaan. Onder begeleiders verstaan we ieder die professioneel in de directe zorg of het onderwijs staat. De persoon met een handicap kan zowel op een voorziening als op een school beroep doen.

Eerst schetsen we de probleemstelling van dit advies, namelijk het spanningsveld tussen beroepsgeheim en gedeelde informatie. Daarna ontwikkelen we twee algemene principes voor het omgaan met informatie, met name zorgvuldigheid en overleg. Ten slotte passen we deze principes toe op drie informatiestromen: informatie uitwisselen met de persoon met een handicap en/of de vertegenwoordiger, informatie uitwisselen in een team of netwerk van begeleiders, en informatie uitwisselen met derden. De privacywet over het verwerken van persoonsgegevens in bestanden bespreken we in dit advies niet (zie literatuur).

Dit is een ethisch advies voor de sector welzijn en buitengewoon onderwijs van de Broeders van Liefde. Dit advies werd opgesteld door de Visiegroep Welzijn en Buitengewoon Onderwijs, onder redactie van Axel Liégeois, stafmedewerker voor ethiek. Bij lezing moeten we steeds rekening houden met de datum van publicatie van het advies en met de evoluties in de maatschappelijke context sindsdien. 

1. Probleemstelling: beroepsgeheim en gedeelde informatie

Informatie

Onder informatie verstaan we alle gegevens over de persoon met een handicap in zijn of haar leef- wereld. Deze gegevens kunnen mondeling, schriftelijk, elektronisch of via beelden verstrekt worden.

Strikte interpretatie van het beroepsgeheim

Vanuit juridisch standpunt wordt het doorgeven van informatie door begeleiders met een vertrouwensrelatie geregeld door het beroepsgeheim en voor leerkrachten door het ambtsgeheim. Zowel het beroepsgeheim als het ambtsgeheim verplicht hen om vertrouwelijke informatie niet bekend te maken en er zorgvuldig mee om te gaan. Verder in het advies spreken we over het beroepsgeheim omdat dit het best bekende concept is, maar we sluiten het ambtsgeheim mee in.
Het wettelijke beroepsgeheim schrijft voor dat alle personen “die uit hoofde van hun staat of hun beroep kennis dragen van geheimen die hun zijn toevertrouwd”, deze niet mogen bekend maken (Strafwetboek, nr. 458). Een strikte interpretatie van de wettekst leidt ertoe dat alle informatie besloten blijft binnen de individuele relatie tussen de begeleider en de persoon met een handicap. Elke andere persoon wordt immers als een ‘derde’ beschouwd, aan wie niets meegedeeld mag worden. Het beroepsgeheim beschermt de privacy van de persoon met een handicap en de vertrouwensrelatie met de begeleider. De wet maakt enkel twee uitzonderingen op het beroepsgeheim: het getuigenis in rechte en de wettelijke verplichting om welomschreven gegevens bekend te maken.

Ontwikkelingen in de samenwerking

In de maatschappij en de ortho(ped)agogische zorg zijn er echter een aantal ontwikkelingen waardoor de samenwerking tussen de betrokkenen sterk is toegenomen.
Allereerst worden personen met een handicap niet meer enkel individueel benaderd, maar in hun sociaal netwerk. Daarom worden hun vertegenwoordiger, familie en naastbestaanden meer in de zorg betrokken.
Vervolgens werken de begeleiders ook veel meer samen in een professioneel netwerk. De samenwerking beperkt zich niet meer tot interdisciplinaire teams, maar strekt zich uit tot een netwerk van begeleiders en teams, over de grenzen van de voorzieningen heen.
Ten slotte is er een enorme ontwikkeling in de informatie- en communicatietechnologie waardoor steeds meer begeleiders en andere betrokkenen zich toegang kunnen verschaffen tot vertrouwelijke gegevens van de persoon met een handicap.

Verruimde interpretatie van het beroepsgeheim

Door de ontwikkelingen in de samenwerking komt de strikte interpretatie van het beroepsgeheim onder druk te staan. Daardoor zijn drie gedachtegangen opgezet om de interpretatie van het beroepsgeheim te verruimen. Deze gedachtegangen doen zich voor in de rechtsleer en in de rechtsspraak, zonder dat er een expliciete grondslag is in de bestaande wetgeving.
Een eerste verruiming is het zogenaamde ‘afgeleide beroepsgeheim’. Dit betekent dat bepaalde groepen die professioneel niet in de directe zorg of het onderwijs staan, toch gebonden zijn aan het beroepsgeheim. Het gaat hier om bijvoorbeeld vrijwilligers en mensen in administratieve of logistieke diensten die door hun functie of werksituatie kennis dragen van vertrouwelijke informatie.
Een tweede verruiming is de geïnformeerde toestemming of ‘informed consent’, een principe dat algemeen ingang gevonden heeft in de zorg. De begeleider mag informatie aan anderen doorgeven indien de persoon met een handicap en/of de vertegenwoordiger vooraf voldoende geïnformeerd werd en vrijwillig toestemming gaf. Op deze manier wordt de autonomie van de persoon met een handicap gerespecteerd en kan de informatie toch buiten de individuele begeleidingsrelatie doorgegeven worden.
Een derde verruiming is het ‘gedeeld beroepsgeheim’. Dit betekent dat de professionele begeleiders die samenwerken in een team, en ruimer ook in een netwerk, de informatie die noodzakelijk is voor de zorg of het onderwijs aan elkaar kunnen doorgeven, in het belang van en met de toestemming van de persoon met een handicap.

2. Algemene principes: zorgvuldigheid en overleg

Twee principes

Om met het spanningsveld tussen het geheimhouden en het delen van informatie om te gaan, stellen we twee principes voor die in alle situaties toepasbaar zijn, met name zorgvuldigheid en overleg. Wanneer begeleiders overwegen of ze bepaalde informatie vertrouwelijk houden of meedelen, passen ze beide principes toe. Ze overleggen met de direct betrokkenen, zoals de persoon met een handicap, de vertegenwoordiger en andere begeleiders. In dat overleg zoeken ze samen wat zorgvuldigheid in die situatie betekent.

a. Zorgvuldigheid

Tien criteria
Om het principe van zorgvuldigheid in de praktijk toe te passen, kunnen de begeleiders de volgende tien criteria gebruiken. Er is geen orde van belangrijkheid onder deze criteria. Het belang van een criterium komt naar voren in de toepassing ervan in een bepaalde situatie. In een concrete situatie is het ene criterium meer toepasbaar dan het andere.

Waarom?

  • Met welk doel wordt de informatie meegedeeld?

Is het informeren gericht op de zorg of het onderwijs voor de persoon met een handicap? Is het gericht op de belangen van de persoon met een handicap? Of is het gericht op andere belangen? Wat zijn de motieven om informatie te geven of te vragen? Welke doelstelling is verantwoord? …

Wie?

  • Is de informatieontvanger voldoende betrokken?
    Welke band heeft de informatieontvanger met de persoon met een handicap? Staat hij of zij in een ondersteunings- of onderwijsrelatie tot de persoon met een handicap? Is er een vertrouwensrelatie met de persoon met een handicap? Behartigt de informatieontvanger de belangen van de persoon met een handicap? Of beschermt hij of zij de integriteit van de persoon met een handicap of van een ander? …
  • Kan de informatieontvanger de informatie verwerken?
    Kan de informatieontvanger de gegevens verstandelijk en emotioneel verwerken? Wat is de draaglast van de informatie? Wat is de draagkracht van die persoon? Is er een goede verhouding tussen beide? …
  • Wie is de meest geschikte informatieverstrekker?
    Welke begeleider is het meest geschikt om de informatie te verstrekken? Wie heeft de beste vertrouwensrelatie met de informatieontvanger? Wie is het meest deskundig om bepaalde informatie te geven? …

Wat?

  • Is de informatie relevant?
    Is de informatie relevant of betekenisvol voor de doelstelling en voor de informatieontvanger? Is de informatie noodzakelijk om goede zorg of onderwijs te bieden, om de belangen van de persoon met een handicap te behartigen, of om de integriteit van de persoon met een handicap of een ander te beschermen? Wat zijn hoofdzaken en wat zijn bijzaken? …
  • Is de hoeveelheid informatie gepast?
    Wordt er teveel informatie meegedeeld? Of wordt er te weinig informatie verstrekt? Is de informatie voldoende om verantwoordelijkheid op te nemen? Welke is de juiste maat van informatie? …
  • Is de informatie gegrond en betrouwbaar?
    Wie of wat is de bron van de informatie? Is de informatie voldoende gecontroleerd op haar betrouwbaarheid? Is de informatie hypothetisch of bevestigd? …

Hoe?

  • Wordt de informatie vertrouwelijk meegedeeld?
    Is de wijze van informeren voldoende vertrouwelijk? Toont de informatieverstrekker voldoende respect voor de persoon met een handicap? Is de informatieontvanger gebonden aan het beroepsgeheim? Is het meedelen van informatie voldoende beveiligd? …
  • Wat zijn de gunstigste omstandigheden om informatie mee te delen?
    Wanneer wordt de informatie best meegedeeld? Waar wordt de informatie best meegedeeld? Wordt voldoende rekening gehouden met de context? …
  • Kan de persoon met een handicap aanwezig zijn bij het meedelen van de informatie?
    Is het aangewezen, wenselijk en mogelijk dat de persoon met een handicap aanwezig is bij het meedelen van de informatie? Wenst de persoon met een handicap aanwezig te zijn? Kan de persoon met een handicap de informatie zelf meedelen? Hoe kan de persoon met een handicap betrokken worden indien hij of zij niet aanwezig kan zijn? …

b.  Overleg

Niveaus van overleg

De criteria voor zorgvuldigheid kunnen de begeleiders verbinden met het principe van overleg. De begeleiders kunnen het overleg aan de hand van de zorgvuldigheidscriteria voeren op twee niveaus.
Op de eerste plaats kunnen ze met deze criteria een algemene visie en beleid uitwerken over het uitwisselen van informatie met hun belangrijkste partners in de zorg of het onderwijs. Het uitwerken van een algemene en niet casusgebonden visie en beleid voorkomt dat de begeleiders bij elke concrete casus opnieuw hun houding moeten bepalen. Dit vergt overleg met de belangrijkste partners over hun manier van samenwerken en informatie uitwisselen.
Vervolgens bevragen de begeleiders zichzelf in elke individuele casus over de toepassing van hun algemene visie en beleid. Vanuit een houding van kritische zelfreflectie toetsen ze het uitwisselen van informatie aan de zorgvuldigheidscriteria. Ze toetsen de criteria in overleg met de persoon met een handicap of de vertegenwoordiger, met de begeleiders in het team, met de begeleiders in het netwerk of met de derden met wie ze informatie uitwisselen.

Overlegproces

Beide vormen van overleg vragen aanvankelijk veel tijd. Door te overleggen, drukken de begeleiders hun respect uit voor de betrokken partners en werken ze aan de samenwerkings- en vertrouwens- relatie met hen. Bovendien groeien door het overleg de duidelijkheid en de transparantie van de informatie en de kwaliteit en de effectiviteit van de zorg of het onderwijs.
Overleg is meestal geen eenmalig gebeuren, maar een proces van ontmoeten, informeren, bespreken, motiveren en streven naar consensus. Doorheen het overleg groeien de opvattingen naar elkaar toe. Overleg is de aangewezen weg om zorgvuldig met informatie om te gaan.

Uitzonderingen

Het overleg is echter niet altijd mogelijk of haalbaar. Er zijn uitzonderlijke situaties mogelijk waarin de begeleiders informatie moeten meedelen zonder dat de persoon met een handicap en/of de vertegenwoordiger ermee akkoord gaat. In die situaties hebben de waarden van gezondheid, ontwikkeling en integriteit prioriteit op privacy en vertrouwen. De begeleiders bevinden zich in een dergelijke uitzonderlijke situatie indien aan drie voorwaarden voldaan wordt.

  1. Onmogelijkheid van overleg
    Een eerste voorwaarde is de onmogelijkheid om (verder) te overleggen. De begeleiders hebben alles in werking gesteld om tot overleg en tot een toestemming te komen, maar zijn er niet in geslaagd.
  2. Dreiging van ernstige schade
    Een tweede voorwaarde is de dreiging van ernstige schade aan de fysieke of psychische gezondheid, de ontwikkeling of de integriteit van de persoon met een handicap of een andere betrokkene. Hier staan dus gezondheid, ontwikkeling en integriteit op het spel. De begeleiders zijn ervan overtuigd dat de schade effectief kan vermeden worden door de informatie uit te wisselen en dat er geen alternatieven zijn om de schade te vermijden.
  3. Proportionele verhouding tussen schade en vertrouwelijkheid
    Een derde voorwaarde is de proportionele verhouding tussen de ernst van de  voornoemde schade en de ernst aan de schade aan de vertrouwelijkheid. Het moet gaan om een ernstige schade of om dreiging van ernstige schade. Bovendien mogen de begeleiders de vertrouwelijkheid niet meer schenden dan strikt nodig om de schade aan de gezondheid, de ontwikkeling of de integriteit te vermijden. Ze wisselen dan alleen deze informatie uit die noodzakelijk is om die schade te vermijden.

Indien tegelijkertijd aan deze drie voorwaarden voldaan is, kunnen begeleiders zonder overleg informatie uitwisselen om reeds veroorzaakte schade te herstellen maar ook preventief om dreigende schade te voorkomen of te beperken. Wanneer zich dit voordoet, motiveren de begeleiders hun beslissing aan de persoon met een handicap, de vertegenwoordiger en de andere betrokkenen. 


3. Toepassing: verschillende doelgroepen

Drie doelgroepen

De algemene principes passen we nu toe op de verschillende doelgroepen bij het uitwisselen van informatie, met name met de persoon met een handicap en/of de vertegenwoordiger, in een team of netwerk van begeleiders en met derden. Telkens worden de doelgroep, een algemene regel, eventuele uitzonderingen en een aandachtspunt geformuleerd.

a. Informatie uitwisselen met de persoon met een handicap en/of de vertegenwoordiger

Afbakening: persoon met een handicap en vertegenwoordiger

De ‘persoon met een handicap’ is de jongere of volwassene die een beroep doet op zorg of onderwijs. We situeren de persoon met een handicap steeds in zijn of haar omgeving.
Indien de persoon met een handicap onvoldoende kan betrokken worden bij het overleg over het uitwisselen van informatie, dan treedt de vertegenwoordiger op. Dit is de persoon die de wettelijke opdracht heeft om de belangen van de persoon met een handicap te behartigen. De vertegenwoordigers van een minderjarige of van een persoon in het juridisch statuut van verlengde minderjarigheid zijn de ouders of de voogd. De vertegenwoordiging van meerderjarigen is juridisch geregeld voor medische beslissingen, maar deze regeling biedt ook een houvast voor alle andere beslissingen in zorg en onderwijs. Een meerderjarige kan zelf een vertegenwoordiger aanduiden. Indien dit niet gebeurd is, treden volgende personen in dalende volgorde op als vertegenwoordiger:
(1) de echtgenoot of samenwonende partner, (2) een meerderjarig kind, (3) een ouder of (4) een meerderjarige broer of zus.

Algemene regel: overleg met recht op informatie

De algemene regel is dat de persoon met een handicap recht heeft op de informatie die nodig is om inzicht te krijgen in zijn of haar toestand en de vermoedelijke evolutie ervan. Daarbij heeft de persoon met een handicap geen recht op informatie over andere personen indien dit hun persoonlijke levenssfeer schaadt. Indien de persoon met een handicap het informatierecht niet kan uitoefenen, dan komt het toe aan de vertegenwoordiger. Tegenover hen kan het beroepsgeheim niet gelden. Vanuit  de optie voor overleg is het wenselijk om niet alleen informatie uit te wisselen met de persoon met een handicap of met de vertegenwoordiger, maar zoveel mogelijk aan beiden samen. Het overleg en de uitwisseling van informatie gebeurt bij de geregelde besprekingen van het individueel handelingsplan en bij alle andere belangrijke beslissingen die genomen worden.
Het is mogelijk dat de persoon met een handicap niet wil dat bepaalde informatie gegeven wordt aan de vertegenwoordiger, of omgekeerd. Op de eerste plaats respecteren de begeleiders de persoonlijke levenssfeer van en de vertrouwensrelatie met de persoon die vraagt om geheimhouding. Tegelijk zetten de begeleiders een proces op om de motieven te verhelderen van de persoon die vraagt om geheimhouding. Er is immers een vermoeden dat de vertrouwensrelatie tussen de persoon met een handicap en zijn of haar vertegenwoordiger verstoord is. De begeleiding is erop gericht de vertrouwensrelatie te herstellen zodat de informatie op termijn kan doorgegeven worden. Indien het geheimhouden van de informatie leidt tot ernstige schade, geven de begeleiders de informatie toch door.

Uitzonderingen: dreiging van ernstige schade

Op het uitwisselen van informatie zijn er uitzonderingen. Het kan verantwoord zijn bepaalde informatie niet mee te delen aan de persoon met een handicap en/of de vertegenwoordiger, indien daardoor ernstige schade dreigt aan de gezondheid, de ontwikkeling of de integriteit van de persoon met een handicap. Maar zodra het meedelen van de informatie geen ernstige schade dreigt te veroorzaken, moeten de begeleiders de informatie alsnog meedelen.

Aandachtspunt: zorgvuldigheid

Als begeleiders informatie uitwisselen met de persoon met een handicap en/of de vertegenwoordiger, toetsen ze het meedelen van die informatie aan de zorgvuldigheidcriteria. Onder de tien zorgvuldigheidscriteria speelt het verwerken van informatie een belangrijke rol. Er moet een redelijke verhouding zijn tussen de draagkracht van de betrokkene om de informatie te verwerken en de draaglast van de informatie.

b. Informatie uitwisselen in een team of netwerk van begeleiders

Afbakening: team of netwerk van begeleiders

Hoewel welzijn en onderwijs zich ontwikkelen naar netwerken en samenwerkingsverbanden, blijven  de teams in zorg en onderwijs een belangrijke rol spelen. Een team bestaat uit professionele begeleiders van verschillende beroepsgroepen uit één voorziening of school, die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de zorg of het onderwijs aan een bepaalde groep personen met een handicap.
Deze teams zijn duidelijk afgebakend en herkenbaar. In het organigram van de voorziening vormen ze een afzonderlijke entiteit waarbij het duidelijk is wie al dan niet tot het team behoort. Bovendien beleven de begeleiders zelf het team als een vaste groep met een gezamenlijke opdracht, ook al zijn er specifieke taken en bevoegdheden. Ook de meeste personen met een handicap zien het team als een herkenbare groep van begeleiders.
Van een team kunnen we een netwerk onderscheiden. Enerzijds bestaat een netwerk uit formele of professionele begeleiders uit verschillende teams, voorzieningen, scholen of samenwerkings- verbanden, die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de zorg of het onderwijs voor een persoon met een handicap. Anderzijds kunnen ook informele begeleiders of mantelzorgers zoals bijvoorbeeld familieleden en naastbetrokkenen, tot het netwerk behoren indien ze verantwoordelijkheid opnemen voor de zorg of het onderwijs voor een persoon met een handicap. Het gaat hier om het professioneel netwerk in functie van zorg of onderwijs, en niet om het sociaal netwerk van de persoon met een handicap.
Al deze begeleiders vormen een netwerk rondom een persoon met een handicap. Dit netwerk krijgt gestalte naargelang de hulpvraag van de persoon met een handicap. Het netwerk is dan ook verschillend voor elke persoon met een handicap. De begeleiders werken samen in functie van de zorg of het onderwijs voor één welbepaalde persoon met een handicap. Zowel de begeleiders zelf als de persoon met een handicap beleven deze functionele samenwerking op een andere wijze dan deze in een team.

Voorwaardelijk gedeeld beroepsgeheim

Als de begeleiders gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de zorg of het onderwijs voor een groep personen met een handicap, moeten ze ook onder elkaar de nodige informatie kunnen uitwisselen om die verantwoordelijkheid te kunnen opnemen. Verantwoordelijkheid veronderstelt immers kennis, en dus informatie.
Daarom wordt het beroepsgeheim in een team opgevat als een gedeeld beroepsgeheim. De begeleiders kunnen dan de relevante informatie over een persoon met een handicap in het team delen, zonder daar telkens opnieuw de toestemming van de persoon met een handicap voor te vragen. Buiten het team houden ze de informatie geheim. Doordat het team afgebakend en herkenbaar is, is het voor alle betrokkenen duidelijk voor wie dit gedeeld beroepsgeheim geldt.
De vraag is nu of het verantwoord is om het gedeeld beroepsgeheim in een team ook in een netwerk toe te passen. Een netwerk is immers veel ruimer dan een team en brengt begeleiders samen uit verschillende teams, voorzieningen, scholen of samenwerkingsverbanden. Daardoor kan het minder duidelijk zijn op wie het gedeeld beroepsgeheim van toepassing is en kan het delen van informatie minder transparant worden. Er is een risico dat de waarden van autonomie, privacy en vertrouwen geschonden worden.
Niettemin houden we een pleidooi voor het gedeeld beroepsgeheim in een netwerk. Het  samenwerken in een netwerk van begeleiders zien we als een verdere stap in de ontwikkeling van de samenwerking in zorg en onderwijs, namelijk van samenwerking in een team naar samenwerking in een netwerk. Die ontwikkeling beschouwen we als ethisch waardevol en noodzakelijk voor de zorg en het onderwijs. Daarom willen we de samenwerking in een netwerk principieel op dezelfde manier benaderen als het samenwerken in een team. Als de begeleiders in een netwerk gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de zorg of het onderwijs voor een persoon met een handicap, moeten ze onder elkaar de relevante informatie kunnen uitwisselen om die verantwoordelijkheid te kunnen opnemen. Bijgevolg vatten we het beroepsgeheim in een netwerk ook op als een gedeeld beroepsgeheim. De begeleiders kunnen dan de relevante informatie over een persoon met een handicap in het netwerk delen, zonder daar telkens de toestemming van de persoon met een handicap voor te vragen. Buiten het netwerk houden ze de informatie geheim.
Om het gedeeld beroepsgeheim in een team of netwerk te kunnen verantwoorden, is het belangrijk om de voorwaarden ervan te omschrijven. Het is dus een voorwaardelijk gedeeld beroepsgeheim. We leiden deze voorwaarden af uit de goede praktijken van het gedeeld beroepsgeheim. Daarom is het belangrijk dat we voorwaarden voor een gedeeld beroepsgeheim in een team of netwerk expliciteren en benoemen. Sommige voorwaarden hebben betrekking op de samenstelling van het team of het netwerk, andere op de uitvoering van het gedeeld beroepsgeheim. Het naleven van deze voorwaarden is moeilijker in een netwerk dan in een team omdat de zorgverleners uit verschillende organisaties komen en de communicatie in een netwerk anders verloopt dan in een team. Het is de taak van de coördinator van het team of het netwerk om na te gaan of de voorwaarden voor het gedeeld beroepsgeheim vervuld zijn.

Voorwaarden in verband met het team of netwerk van begeleiders
  • Duidelijk afgebakend en herkenbaar team of netwerk van begeleiders
    Het team of netwerk is een vaste groep van begeleiders. Enerzijds is het team of netwerk duidelijk afgebakend als groep van begeleiders. Anderzijds is het ook duidelijk herkenbaar voor de persoon met een handicap en de naastbetrokkenen. Enkel als het voor alle betrokkenen klaar en helder is wie tot het team of netwerk van de persoon met een handicap behoort en wie niet, kan het gedeeld beroepsgeheim op een transparante manier toegepast worden. Het is noodzakelijk dat de begeleiders schriftelijk vastleggen, bij voorkeur in het individueel handelingsplan, welke personen of functies tot het team of netwerk behoren.
  • Gezamenlijke opdracht
    De begeleiders hebben een gezamenlijke opdracht voor de persoon met een handicap. Ze zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de zorg of het onderwijs voor die persoon met een handicap. Medewerkers die geen opdracht hebben voor de persoon met een handicap kunnen niet in het team of netwerk opgenomen worden, maar worden als derden beschouwd.
  • Plicht tot beroepsgeheim
    De begeleiders van het netwerk zijn gebonden aan het beroepsgeheim of het ambtsgeheim. Dit garandeert dat ze de vertrouwelijke informatie niet bekend maken buiten het team of netwerk. Als bepaalde begeleiders niet gebonden zijn aan het wettelijke beroepsgeheim of ambtsgeheim, dan is het belangrijk hen te wijzen op hun ethische en deontologische plicht tot geheimhouding van informatie.
Voorwaarden in verband met de uitvoering van het gedeeld beroepsgeheim
  • Overleg met geïnformeerde toestemming van de persoon met een handicap
    Bij het opzetten van het team of netwerk informeren de begeleiders de persoon met een handicap over wat het gedeeld beroepsgeheim inhoudt. Het is ook belangrijk dat de begeleiders de toestemming voor het gedeeld beroepsgeheim vragen.
    Voor het gedeeld beroepsgeheim in een team is het voldoende dat de persoon met een handicap zijn of haar impliciete of expliciete toestemming geeft. Impliciete toestemming betekent dat de persoon met een handicap stilzwijgend toestemt of zich niet verzet wanneer de informatie over het gedeeld beroepsgeheim wordt gegeven. Expliciete toestemming betekent dat de persoon met een handicap uitdrukkelijk mondelinge toestemming geeft. Deze expliciete toestemming kan ook schriftelijk vastgelegd worden in bijvoorbeeld het protocol van dienstverlening of het individueel handelingsplan.
    Voor het gedeeld beroepsgeheim in een netwerk is het wel noodzakelijk dat de persoon met een handicap zijn of haar expliciete en schriftelijke toestemming geeft. De toestemming wordt schriftelijk vastgelegd in bijvoorbeeld het protocol van dienstverlening of in het individueel handelingsplan.
    Indien de persoon met een handicap geen toestemming kan geven, vragen de begeleiders de toestemming aan zijn of haar vertegenwoordiger. Als de begeleiders geen toestemming krijgen van de persoon met een handicap of van de vertegenwoordiger, kunnen ze pas de informatie in het team of netwerk delen indien het niet meedelen ervan leidt tot ernstige schade aan de gezondheid, de ontwikkeling of de integriteit van de persoon met een handicap of van een andere persoon. De begeleiders proberen de persoon met een handicap zoveel mogelijk te laten deelnemen aan het uitwisselen van informatie in het team en het netwerk. Als de persoon met een handicap niet kan deelnemen, geven ze achteraf zoveel mogelijk feedback over de uitwisseling van informatie.
  • Toepassing van de relevantiefilter en zorgvuldigheidscriteria
    De belangrijkste voorwaarde is de ‘relevantiefilter’. Het gedeeld beroepsgeheim betekent geen vrijgeleide om alle informatie met alle begeleiders van het team of netwerk te delen. Bij het delen van informatie passen de begeleiders de relevantiefilter toe. Ze delen alleen deze informatie die relevant is voor de zorg of het onderwijs in het team of netwerk, dus om effectief verantwoordelijkheid op te nemen. De andere informatie houden ze vertrouwelijk. Dat vergt discretie, het vermogen om te onderscheiden wat relevant is om mee te delen en wat geheim wordt gehouden. Om dit onderscheid te maken, bevragen de begeleiders zichzelf kritisch aan de hand van de zorgvuldigheidscriteria.
Bijzondere situatie: stagiairs

Stagiairs kunnen voor een bepaalde periode tot het team of netwerk van begeleiders behoren. Dan kunnen ze informatie delen vanuit het gedeeld beroepsgeheim van het team of netwerk. Niettemin moet ook de relevantiefilter met grote zorgvuldigheid toegepast worden. De begeleiders hebben de educatieve taak om de individuele stagiair te begeleiden in het zorgvuldig omgaan met informatie in het team of netwerk.

Bijzondere situatie: begeleiders met een permanentie-opdracht

Begeleiders hebben in principe alleen toegang tot de informatie over personen met een handicap voor wie ze vanuit hun eigen team of netwerk een zorgopdracht hebben. Toch kan het belangrijk zijn informatie te krijgen over een andere persoon met een handicap voor wie ze tijdelijk zorg dragen tijdens een permanentie-opdracht. Bijgevolg kunnen deze begeleiders zich tijdelijk toegang verschaffen tot informatie over deze persoon met een handicap. Achteraf moeten ze echter de noodzaak van deze informatie kunnen motiveren.

Bijzondere situatie: begeleiders met een dubbel mandaat

Sommige begeleiders hebben een dubbel mandaat: enerzijds hebben ze de opdracht ondersteuning te bieden en anderzijds de opdracht om bepaalde informatie aan justitiële instanties door te geven. Deze twee opdrachten staan in een spanningsveld. Een ethische manier om met dit spanningsveld  om te gaan is het creëren van een zo groot mogelijke transparantie.
De begeleiders overleggen zoveel mogelijk met deze instanties en met de persoon met een handicap over de informatie die ze uitwisselen. Maar dit overleg heeft plaats binnen het wettelijke kader dat gecreëerd wordt door het juridisch statuut van de persoon met een handicap. Dit statuut regelt in belangrijke mate welke informatie de begeleiders wettelijk verplicht zijn door te geven aan de gerechtelijke instanties. Meestal betreft dit formele gegevens zoals de aanwezigheid van de persoon met een handicap of de deelname aan de begeleiding, en niet persoonlijke gegevens, zoals het verloop van de begeleiding. Enkel indien de wet daartoe expliciet verplicht, geven de begeleiders deze persoonlijke gegevens door. Zoniet beperken ze zich tot formele gegevens, met uitsluiting van persoonlijke gegevens.
De begeleiders maken best afspraken met de betrokken gerechtelijke instanties over hoe ze deze regels in de praktijk toepassen. Deze afspraken kunnen van algemene aard zijn en betrekking hebben op de globale visie en het algemene beleid bij de samenwerking tussen de begeleiders en de gerechtelijke instanties. Maar deze afspraken kunnen ook heel concreet zijn met betrekking tot de situatie van een bepaalde persoon met een handicap.
Het is ook heel belangrijk dat de begeleiders deze regels en afspraken met de persoon met een handicap bespreken. Ze informeren de persoon met een handicap over deze regels en afspraken en motiveren ze in het kader van het juridisch statuut en van de ortho(ped)agogische zorg. De begeleiders passen deze regels en afspraken op een correcte wijze toe. Ze kunnen alleen buiten deze regels en afspraken informatie doorgeven aan de gerechtelijke instanties indien de bovenvernoemde uitzonderingen van toepassing zijn, namelijk indien er ernstige schade dreigt aan de fysieke of psychische gezondheid, de ontwikkeling of de integriteit van de persoon met een handicap of een andere persoon. Wanneer de begeleiders een beroep doen op deze uitzondering, motiveren ze dit schriftelijk.

c. Informatie uitwisselen met derden

Afbakening: derden

De begeleiders kunnen echter ook informatie uitwisselen met derden. Dit is een zeer brede groep van mensen die de persoon met een handicap niet vertegenwoordigen noch verantwoordelijkheid dragen in de zorg of het onderwijs. Het zijn mensen die een band hebben met de persoon met een handicap door bijvoorbeeld een of andere dienstverlening te bieden. Ook een netwerk van zorgverleners waarin de voorwaarden voor het gedeeld beroepsgeheim niet voldaan zijn, beschouwen we als een groep derden.

Algemene regel: overleg met toestemming

Hier zou de vraag ook kunnen gesteld worden of deze mensen omwille van hun betrokkenheid of dienstverlening een beroep kunnen doen op een gedeeld beroepsgeheim met de begeleiders. Vanuit ethisch perspectief pleiten we hier niet voor een gedeeld beroepsgeheim. Ook al kunnen die mensen binnen hun opdacht een beroepsgeheim hebben, het is onmogelijk te spreken van een gedeeld beroepsgeheim met de begeleiders omdat ze geen gedeelde verantwoordelijkheid hebben in de zorg of het onderwijs. Bovendien zou dit leiden tot een totaal gebrek aan transparantie en tot het schaden van de privacy en de vertrouwensrelatie met de persoon met een handicap. Ten slotte is er de algemeen geldende regel dat het beroepsgeheim tegenover derden moet gerespecteerd worden.
Daarom baseren we ons op het algemene principe uit dit advies, namelijk overleg. De begeleiders overleggen over de informatie die ze zouden kunnen verstrekken en vragen in dit overleg uitdrukkelijk de geïnformeerde toestemming van de persoon met een handicap en/of de vertegenwoordiger.

Uitzonderingen: dreiging van ernstige schade

Er zijn echter opnieuw uitzonderingen op de algemene regel. Het kan verantwoord zijn om bepaalde informatie toch mee te delen aan derden zonder de geïnformeerde toestemming van de persoon met een handicap en/of de vertegenwoordiger. Deze uitzonderingen moeten voldoen aan drie voorwaarden: de onmogelijkheid om tot overleg en toestemming te komen, de dreigende schade aan de gezondheid, de ontwikkeling of de integriteit van de persoon met een handicap of een ander, en de redelijke verhouding tussen de voornoemde schade en de schade aan de vertrouwelijkheid.

Aandachtspunt: zorgvuldigheid

Als begeleiders informatie aan derden willen doorgeven, toetsen ze het meedelen van die informatie aan de zorgvuldigheidcriteria. Ze doen dit bij zichzelf, maar ook in het overleg in team, met de persoon met een handicap en/of de vertegenwoordiger. Onder de tien zorgvuldigheidscriteria speelt relevantie een belangrijke rol.

Bijzondere situatie: registratie van gegevens

Een bijzondere situatie is het registreren van gegevens. Het overleg is niet noodzakelijk wanneer de gegevens in het kader van registratie volledig anoniem verstrekt kunnen worden. Als de begeleiders de informatie volledig anoniem kunnen verstrekken, dan is er geen probleem voor de vertrouwelijkheid. De informatie over de persoon met een handicap kan immers niet verbonden worden met zijn of haar identiteit. Bijgevolg wordt er ook over gewaakt dat de identiteit van de persoon met een handicap niet kan afgeleid worden uit de combinatie van verschillende gegevens.


5. Synthese: Schematisch overzicht



6. Besluit

We vertrokken vanuit de vraag hoe begeleiders informatie kunnen uitwisselen in de ortho(ped)agogische zorg. Het ethisch ideaal is dat begeleiders zoveel mogelijk overleggen met de persoon met een handicap, de vertegenwoordiger en de andere betrokkenen over het uitwisselen van informatie in een bepaalde situatie. In dit overleg passen de begeleiders de zorgvuldigheidscriteria toe. Onder welbepaalde voorwaarden zijn er uitzonderingen mogelijk.
Deze visie is open. Ze geeft de begeleiders voldoende ruimte opdat ze zelf hun verantwoordelijkheid kunnen opnemen en in elke concrete situatie met grote zorgvuldigheid kunnen nagaan hoe ze best informatie uitwisselen.
Wanneer begeleiders twijfelen en er niet in slagen die twijfel weg te nemen, kiezen ze best voor het beroepsgeheim. Als ze daardoor te weinig informatie hebben uitgewisseld, kunnen ze dit meestal nadien nog gemakkelijk en zonder veel schade corrigeren. Teveel informatie doorgeven is echter veel moeilijker te corrigeren en de eventueel toegebrachte schade is meestal groter.

 

Download hier de tekst in pdf:
 

 


Leden van de Visiegroep Ethiek in Welzijn en Buitengewoon Onderwijs

Bellingen, Huize Terloo: mevr. Patty Martens 
Brecht, O.C. Clara Fey: Dhr. Dirk Vochten
Brussel, Koninklijk Instituut Woluwe: mevr. Stéphanie Weynants
Gent, O.C. Sint-Jozef: dhr. Guido Moons, dhr. Dirk Van De Loock en mevr. Brigitte Van Overbeke 
Gent, Provincialaat Broeders van Liefde: mevr. Katrien Debreuck en dhr. Axel Liégeois 
Gentbrugge: K.O.C. Sint-Gregorius: dhr. Luc Moortgat
Gijzenzele, De Beweging: dhr. Kristof Weytens
 Leuven, Het Roerhuis: dhr. Wilfried Jorissen
Lummen,K. O.C. Sint-Ferdinand: dhr. Luc Vandeput en mevr. Kelly Van Ouytsel 
Roeselare, O.C. Sint-Idesbald: mevr. Hilde Delarue en dhr. Marnick Seys 
Vurste, O.C. Br. Ebergiste: mevr. Ann Dobbelaere

Contactpersoon: Axel Liégeois E-mail: axel.liegeois@broedersvanliefde.be

Literatuurlijst

CARRETTE, G., Draaiboek privacybescherming. Privacybescherming bij verwerking van persoonsgegevens binnen het welzijnswerk, Brussel, Vlaams Welzijnsverbond, 2002, 113 + 51 p. (te bestellen bij het Vlaams Welzijnsverbond).
LIÉGEOIS, A., Beroepsgeheim en gedeelde informatie. Zorgvuldig omgaan met informatie in de orthopedagogische zorg, in Tijdschrift voor Welzijnswerk 24 (2000) nr. 228, p. 24-33.
LIÉGEOIS, A., HAEKENS, A. & ENEMAN, M., Uitwisselen van informatie bij het samenwerken in de geestelijke gezondheidszorg: een ethisch advies, in Tijdschrift voor Psychiatrie 48 (2006) nr. 10, 787- 795.
STOCKMAN, R. (Ed.), Het beroepsgeheim in de zorgverleningssector. Een confrontatie tussen recht en praktijk, Antwerpen/Groningen, Intersentia Rechtswetenschappen, 1998, 135 p.
VAN DER STRAETE, I. & PUT, J., Beroepsgeheim en hulpverlening, Brugge, Die Keure, 2005, xvii, 267 p.
VLAAMS MINISTERIE VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN, Decreet betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen, 17 oktober 2003, in Belgisch Staatsblad 10 november 2003, internetbron
VLAAMS MINISTERIE VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN, Decreet betreffende de rechtspositie van minderjarige in de integrale jeugdhulp, 7 mei 2004, in Belgisch Staatsblad 10 oktober 2004, internetbron
WERKGROEP ETHIEK IN DE ORTHOPEDAGOGISCHE ZORG, Zorgvuldig omgaan met informatie in de orthopedagogische zorg, Gent, Provincialaat Broeders van Liefde, 1999, 11 p.

Gerelateerde wetenschappelijke artikels
Eén van de kernproblemen in de relatie tussen begeleiders en personen met een handicap is het omgaan met vrijheid en dwang: hoe kunnen we zoveel mogelijk de vrijheid van de persoon met een handicap respecteren en bevorderen, en wanneer is het ...
De werkgroep ethiek in de ortho(ped)agogische wil de begeleiders en de directies uitnodigen om aan de hand van dit advies kritisch na te denken over en om te gaan met het seksueel gedrag van personen met een handicap. Seksualiteit behoort immers tot ...
De werkgroep ethiek in de ortho(ped)agogische zorg bij de Broeders van Liefde ziet de mens met een handicap als een volwaardige persoon die ook als volwaardig burger, net als elke andere burger, zelf zijn of haar leven vorm én inhoud kan geven ...
Met dit advies wil de visiegroep ethiek een ethisch houvast bieden bij het omgaan met de nieuwe media. Hierbij kiest de visiegroep voor het perspectief van de personen met een beperking: de invalshoek van de medewerkers en de organisatie komt immers ...
Met dit advies wil de visiegroep ethiek een houvast bieden bij het omgaan met verantwoordelijkheid in de voorzieningen voor welzijn en de scholen voor buitengewoon onderwijs van de Broeders van Liefde. We focussen op de verantwoordelijkheid in de ...

Schrijf je in op onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte