Zoeken

Image

De 7 mentale gezondheidslessen die we moeten trekken uit deze pandemie

Een opinie van Raf De Rycke, voorzitter organisatie Broeders van Liefde 

 

Daar is het ‘normale’ leven terug. Of toch voor een stukje, want onze maatschappij mag dan wel opleven, veel mensen kampen nog altijd met de naweeën van de coronacrisis, niet het minst op vlak van geestelijke gezondheid. Daarom som ik ze voor u op: de 7 mentale gezondheidslessen die we moeten trekken uit deze pandemie.

 

Eerst en vooral 4 lessen voor onze samenleving. Laten we vooreerst nooit meer negeren dat elke crisis op lange termijn heel wat psychische effecten veroorzaakt. Vroegere pandemieën en economische of financiële crisissen leren ons dat de effecten tot vele jaren na de crisis voelbaar blijven. Zo zagen we na de bankencrisis van 2008 een duidelijke toename van  angststoornissen en depressies. In 2009, een jaar na de financiële crisis was er vooral bij jonge mannen een toename van suïcides met 4,2%. De coronacrisis is een nieuw voorbeeld. In mei 2020 stelde de Hoge Gezondheidsraad dat de COVID-19 pandemie en de bijhorende sociale isolatie, quarantainemaatregelen, financiële problemen, intrafamiliaal geweld of onzekerheid over tewerkstelling aanleiding zouden geven tot langetermijngevolgen zoals stress, depressies, angst- en slaapstoornissen, alcoholverslaving, …   Momenteel zien we dat de coronacrisis de vraag versterkt voor de behandeling van eetstoornissen en dit op steeds jongere leeftijd met nog langere ongeziene wachtlijsten tot gevolg.  Bij elke grote crisis zouden we dus meteen een plan moeten uitrollen om op verschillende manieren te zorgen voor het mentaal welzijn van de bevolking.

 

Een tweede les is dat we, om een aantal van bovengenoemde effecten op termijn te voorkomen, specifiek voor deze crisis veel meer moeten inzetten op een vorm van psychische revalidatie, bijvoorbeeld bij de patiënten die een ernstige vorm van COVID-19 infectie met langdurige effecten zoals angst, depressiviteit, vermoeidheid en cognitieve problemen, hebben doorgemaakt.  Voor een aantal andere somatische aandoeningen bestaan specifieke revalidatieprogramma’s waaruit we kunnen leren. 

 

We willen trouwens benadrukken dat zeker in de eerste maanden van de COVID-19 pandemie te weinig rekening werd gehouden met de evidence based richtlijnen op het vlak van psychisch welzijn en geestelijke gezondheid.  De focus lag bijna uitsluitend op de evidence based richtlijnen inzake somatische zorg en preventie van besmettingen. Ziedaar de derde les.

 

Ten vierde moeten we vooral niet wachten tot er een crisis uitbreekt om in gang te schieten. Preventie, vroegdetectie en vroegbehandeling van psychiatrische aandoeningen: daar moeten we op inzetten.  Niet alleen voor het COVID-19 virus en varianten ervan, maar ook voor andere infectieziekten zoals griep is er nood aan meer preventieve strategieën. Positief is dat er mede als gevolg van de COVID-19 pandemie een extra  budget kwam voor de eerstelijnspsychologische hulp in combinatie met een aantal maatregelen om de toegankelijkheid tot psychische hulp te verhogen.  Dat is niet alleen belangrijk in crisisperiodes maar ook daar buiten.

 

En dan zijn er nog lessen 5, 6 en 7 die we voor de sector geestelijke gezondheidszorg kunnen trekken. Uiteraard is er de kwestie van de strategische stocks. De levering in psychiatrische centra liep om allerlei redenen grote vertraging op.  De grote vraag naar en het beperkt aanbod van dat materiaal zorgden voor een hoog prijskaartje.  We hopen dat voortaan op diverse niveaus voldoende bruikbare strategische stocks van beschermingsmateriaal  beschikbaar zullen zijn.

 

Een zesde les gaat over de digitalisering van onze hulpverlening. Op relatief korte termijn vonden via het beeldbellen consultaties plaats en werden behandelingen, die normaal in daghospitaal of revalidatiecentrum doorgingen, verdergezet of opgestart. Al die mogelijkheden moeten verder gezet worden, al zullen ze voor de meeste patiënten nooit een volwaardige  vervanging vormen voor een consultatie of behandeling in fysieke omstandigheden. Het face-to-face contact blijft een van de essentiële elementen in een therapeutische relatie. Ook al beschikken patiënten over de cognitieve mogelijkheden, de nodige hardware en vlot internet, dan nog gaven ze aan de contacten met de zorgverleners en hun lotgenoten te missen. 

 

Op zeven in dit lijstje staat de complexe staatsstructuur. Op zeven maar misschien had deze heilige les helemaal bovenaan moeten staan, want het stond van bij de start van de COVID-19 pandemie in de sterren geschreven dat de versnipperde bevoegdheden met niet minder dan 9 verantwoordelijke ministers voor Volksgezondheid een efficiënte aanpak, een coherent beleid en duidelijke communicatie zouden bemoeilijken.  Onze staatsstructuur zorgde voor uiteenlopende maatregelen zowel op het vlak van de te respecteren voorzorgsmaatregelen als op het vlak van de financiering van de bijkomende kosten, de compensatie van de gederfde opbrengsten en de toekenning van premies voor het personeel.  Zo ontstonden verschillen tussen bijvoorbeeld de psychiatrische ziekenhuizen en de psychiatrische verzorgingstehuizen.  Voor de initiatieven beschut wonen en de ambulante centra voor geestelijke gezondheidszorg waren en dan weer andere regels van toepassing.  Dat alles kan in de toekomst voorkomen worden door meer homogene bevoegdheidspakketten en een directe aansturingslijn tijdens de cruciale momenten van een pandemie.  We stellen vast dat als gevolg van de COVID-19 pandemie de noodzaak om de staatsstructuur te hervormen zich  veel scherper heeft gesteld waardoor een groter politiek draagvlak is tot stand gekomen zowel binnen als over de deelstaten heen. 

 

7 lessen om dringend mee aan de slag te gaan. Want laat ons niet vergeten dat een goede gezondheidszorg niet mogelijk is zonder een goede geestelijke gezondheidszorg.

 

Raf De Rycke,

 

voorzitter organisatie Broeders van Liefde.   

 

 

Schrijf je in op onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte