Zoeken

Ethisch advies: Omgaan met nieuwe media in de begeleiding van personen met een beperking

Met dit advies wil de visiegroep ethiek een ethisch houvast bieden bij het omgaan met de nieuwe media. Hierbij kiest de visiegroep voor het perspectief van de personen met een beperking: de invalshoek van de medewerkers en de organisatie komt immers aan bod in de nota Nadenken over sociale media: een handreiking van een werkgroep ad hoc binnen het Provincialaat der Broeders van Liefde. In dit advies proberen we een antwoord te geven op de volgende vragen. Hoe kunnen mensen op een ethisch verantwoorde manier omgaan met de nieuwe media? Hoe kunnen medewerkers personen met een beperking daarbij begeleiden en ondersteunen?

Dit is een ethisch advies voor de sector welzijn en buitengewoon onderwijs van de Broeders van Liefde. Dit advies werd opgesteld door de Visiegroep Welzijn en Buitengewoon Onderwijs, onder redactie van Axel Liégeois, stafmedewerker voor ethiek. Bij lezing moeten we steeds rekening houden met de datum van publicatie van het advies en met de evoluties in de maatschappelijke context sindsdien. 

Begripsverheldering

Ethiek

Onder ethiek verstaan we een kritische reflectie over een menselijke praktijk. Deze kritische reflectie is gebaseerd op een bepaalde mensvisie. We kiezen voor een relationele mensvisie die mensen ziet in verbondenheid met elkaar en dus ook met verantwoordelijkheid voor elkaar. Verantwoordelijkheid voor de ander betekent op de eerste plaats dat medewerkers personen met een beperking ondersteunen om zelf verantwoordelijkheid op te nemen.

Nieuwe media

De praktijk waarover we in dit advies reflecteren, is het omgaan met de ‘nieuwe media’. Dit zijn alle vormen van digitale communicatiemiddelen met geluid, beeld of tekst, of een combinatie ervan. Voorbeelden ervan zijn mobiele telefonie en internet, computers en tablets, digitale fotografie en film, games en virtuele realiteit, enz. Deze digitale media leiden tot een heel nieuwe cultuur van communiceren met activiteiten als bloggen, chatten, facebooken, googelen, sms’en, skypen, twitteren, enz. Onderscheiden van de ‘nieuwe’ zijn de ‘oude media’ zoals traditionele pers, radio, televisie, film, analoge fotografie en telefonie, enz. De nieuwe media zijn alom tegenwoordig in de maatschappij, ze wekken de nieuwsgierigheid van mensen en maken ontzettend snelle  communicatie mogelijk. We verkiezen ‘nieuwe media’ boven andere nauw verwante termen omdat het de meeste omvattende term is: ‘sociale media’ zijn online-platformen waar gebruikers met elkaar communiceren en ‘multimedia’ zijn digitale communicatiemiddelen met een combinatie van geluid, beeld en tekst.

Personen met een beperking en medewerkers
Onder personen met een beperking verstaan we hier alle personen die een beroep doen op voorzieningen voor welzijn of op scholen voor buitengewoon onderwijs. Het VN-verdrag inzake de rechten van de persoon met een handicap stelt dat het begrip beperking “aan verandering onderhevig is en voortvloeit uit de wisselwerking tussen personen met functiebeperkingen en sociale en fysieke drempels die hen belet ten volle, effectief en op voet van gelijkheid met anderen te participeren in de samenleving” (VN-verdrag, Preambule). Met medewerkers bedoelen we alle personeelsleden van voorzieningen en scholen, met inbegrip van directieleden en beleidsverantwoordelijken.


Positieve houding

Kansen

We opteren in dit advies voor een positieve houding tegenover het omgaan met nieuwe media. Deze positieve houding sluit aan bij de fundamentele visie op ondersteuning van personen met een beperking: de ondersteuning is gericht op waarden als autonomie en participatie. De nieuwe media bieden nieuwe kansen om die waarden te realiseren. Ze zijn bovendien een algemeen aanvaard fenomeen in de maatschappij en ze hebben grote invloed op het leven van mensen.

Autonomie

Autonomie betekent dat personen met een beperking zoveel mogelijk hun eigen leven kunnen ontplooien en zelf bepalen. Het gebruik van de nieuwe media kan voor personen met een beperking een belangrijk middel zijn om hun leven te verrijken. De nieuwe media kunnen immers mee hun identiteit bepalen en kunnen bijdragen aan de kwaliteit van hun leven. Het is dan ook belangrijk dat personen met een beperking de keuze voor nieuwe media op een vrije en verantwoorde manier kunnen maken. Het komt de medewerkers niet toe deze keuze apriori te beperken, maar wel om deze keuze te ondersteunen, te begeleiden en actief te stimuleren.

Participatie

Participatie impliceert het kunnen uitbouwen van een sociaal netwerk en het kunnen deelnemen aan het maatschappelijk leven. De nieuwe media met hun creatieve mogelijkheden kunnen personen met een beperking stimuleren om in contact te treden met de wereld, om de communicatie met anderen te verbeteren en om hun eventueel isolement te doorbreken. Ze kunnen hen helpen om zich in de maatschappij te begeven en om vriendschapsrelaties aan te gaan en te onderhouden. De nieuwe media werken drempelverlagend en communiceren zonder enig gebruik van de nieuwe media is bijna ondenkbaar geworden. De nieuwe media kunnen bijdragen aan de kwaliteit van hun sociaal leven. Het is aan de medewerkers hen hierin te ondersteunen en te begeleiden.

Consequenties

Een consequentie van deze positieve houding is dat medewerkers het omgaan met nieuwe media niet belemmeren, maar in tegendeel bevorderen. Dit impliceert dat medewerkers:

  • nieuwe media integreren,
  • personen begeleiden, en
  • omgaan met regels.

We bespreken deze consequenties achtereenvolgens.


Nieuwe media integreren

Drie opdrachten

Het integreren van de nieuwe media leidt tot drie opdrachten voor de medewerkers: het beschikbaar en toegankelijk maken van de nieuwe media, deze integreren in de leer-, werk- en leefsfeer, en daartoe de nodige vorming aanbieden.

Toegankelijk maken

Een voorwaarde voor het integreren van de nieuwe media is op de eerste plaats deze beschikbaar en toegankelijk maken voor personen met een beperking, en dit zowel in de leer- en werksfeer als in de leefsfeer. Onder leersfeer verstaan we de klas en/of school, onder werksfeer de dagbesteding en/of arbeid en onder leefsfeer de vrije tijd en/of het wonen. In deze verschillende sferen kunnen personen met een beperking nieuwe media gebruiken die ofwel eigendom zijn van de voorziening of school, ofwel hun persoonlijk bezit zijn. De medewerkers nemen alle gebruik van de nieuw media op in de begeleiding, ook als ze gebruikt worden in de leefsfeer en/of eigendom zijn van de persoon met een beperking.
Het toegankelijk maken van de nieuwe media impliceert dat voorzieningen en scholen voldoende investeren om de apparatuur en infrastructuur voor de nieuwe media ter beschikking te stellen, rekening houdend met de budgettaire mogelijkheden. Voor personen met een beperking zullen dikwijls nog extra hulpmiddelen of aangepaste programma’s of applicaties nodig zijn, zodat ze ondanks een motorische, een verstandelijke, een auditieve en/of visuele beperking de nieuwe media kunnen gebruiken. Daarbij is het belangrijk dat de personen met een beperking zoveel mogelijk dezelfde kansen krijgen om te werken met de nieuwe media, ongeacht hun sociaal-economische achtergrond.

Integreren in de leer-, werk- en leefsfeer

Voorzieningen en scholen kunnen de nieuwe media integreren in de leer- en werksfeer. Ze kunnen gebruik maken van de nieuwe media voor informatieverstrekking en communicatie. Voorzieningen en scholen kunnen een intranet en een publieke website, een digitaal schoolnetwerk en leeromgeving, een elektronisch dossier en individueel handelingsplan, enz. opzetten. Om vlotter te communiceren en informatie uit te wisselen, kunnen ze ook werken met computers en tablets, digitale telefonie en fotografie, enz. Deze nieuwe media kunnen zowel door de medewerkers als  door de personen met een beperking en hun naastbetrokkenen gebruikt worden. Een dergelijke integratie van de nieuwe media impliceert echter dat voorzieningen en scholen de noodzakelijke voorzorgen en beschermingsmaatregelen nemen om gegevens te beveiligen en misbruik te voorkomen.
Ook in de leefsfeer kunnen de voorzieningen en scholen de nieuwe media integreren. De medewerkers kunnen op digitale wijze informatie beschikbaar stellen, zoals de groepswerking en de regels, een agenda of dagplanning, enz. Personen met een beperking kunnen in hun vrije tijd, in de publieke leefruimtes en in hun persoonlijke levenssfeer de nieuwe media gebruiken om contacten te leggen, gegevens te verzamelen en uit te wisselen. Dit bevordert hun persoonlijke en sociale ontplooiing.

Vorming aanbieden

Het gebruik van nieuwe media kan niet zonder de nodige vorming. In een school kan deze vorming formeel gebeuren tijdens de lessen; in een voorziening kunnen speciale vormingssessies nodig zijn. Maar de vorming gebeurt evenzeer op een informele wijze tijdens gesprekken en bij het gebruik van de nieuwe media. Bovendien hebben niet alleen de personen met een beperking vorming nodig, maar ook de medewerkers zodat ze op hun beurt anderen kunnen vormen en begeleiden. De vorming kan een soort uitwisseling tussen gelijkwaardige gebruikers worden, waarbij personen met een beperking in sommige situaties een grotere ervaringsdeskundigheid hebben dan medewerkers.
De vorming sluit zowel kennis, vaardigheden als attitudes in. Kennis gaat over het inzicht in de verschillende nieuwe media en hun mogelijkheden en beperkingen. Vaardigheden zijn de bekwaamheden om die verschillende nieuwe media te gebruiken. Vanuit ethisch perspectief zijn vooral attitudes belangrijk. Dit zijn de houdingen die mensen aannemen bij het gebruik van de nieuwe media. Attitudes aanleren is een proces van begeleiding, waarbij de onderstaande ethische bakens richtinggevend zijn.


Personen begeleiden

Bakens in de begeleiding

Het begeleiden van personen met een beperking tot verantwoord gebruik van de nieuwe media is een permanent aandachtspunt voor medewerkers. In de begeleiding kunnen we vanuit ethisch perspectief een aantal bakens aangeven. Letterlijk is een baken een merkteken dat het vaarwater aanduidt zodat de schepen veilig kunnen navigeren. Een baken geeft een dus richting aan, maar is tegelijk ook een waarschuwingsteken. Het komt erop aan de personen met een beperking zo te begeleiden dat ze hun gebruik van de nieuwe media zelf richting kunnen geven tussen de bakens heen en zonder de bakens te schenden. We kunnen zeven bakens onderscheiden: tijd en ruimte, kritische houding, respectvolle omgang, privacy, psychische gezondheid, seksuele integriteit en financiële haalbaarheid. Elk baken leidt tot een gepaste attitude bij het omgaan met nieuwe media.

  1. Tijd en ruimte
    Een eerste baken is het onderscheiden in tijd en ruimte. Het gebruik van de nieuwe media kan niet op elk moment en op elke plaats. Er is een onderscheid tussen leer-, werk- en vrije tijd, tussen een publieke en een private ruimte. Er is ook een redelijke verhouding nodig tussen de tijdsinvestering in de nieuwe media en in andere levensdomeinen. Begeleiden is mensen bij het gebruik van de nieuwe media gevoelig maken voor de gepaste tijd en de gepaste ruimte.
  2. Kritische houding
    Er is ontzettend veel informatie beschikbaar, maar ze is niet altijd waarheidsgetrouw of betrouwbaar. Het is noodzakelijk mensen te brengen tot een kritische houding tegenover informatie, hen te helpen oordelen over de kwaliteit van de informatie en over de betrouwbaarheid van de bronnen. Begeleiden is mensen een kritische houding helpen aannemen tegenover informatie.
  3. Respectvolle omgang
    In het gebruik van de nieuwe media kunnen mensen grove of geseksualiseerde taal gebruiken. Ze kunnen ook anderen pesten of vernederen. Dit getuigt niet van een respectvolle omgang met elkaar. Daarom is het belangrijk correct taalgebruik te bevorderen en pesterijen te voorkomen. Begeleiden is mensen helpen respectvol met anderen om te gaan.
  4. Privacy
    Mensen kunnen vertrouwelijke of intieme informatie of afbeeldingen van zichzelf of van anderen via de nieuwe media verspreiden. Dit kan hun persoonlijke levenssfeer schaden. Het kan bovendien verstrekkende gevolgen hebben. Begeleiden is mensen bewust maken van hun eigen privacy en die van anderen.
  5. Psychische gezondheid
    Door het frequent gebruik van de nieuwe media kan de afstand tussen de virtuele en de werkelijke persoonlijkheid te groot worden, of kan de persoon afhankelijk of verslaafd worden aan de nieuwe media. Daardoor functioneert de persoon niet meer goed en komen andere activiteiten in het gedrang. Begeleiden is mensen helpen hun psychische gezondheid te behoeden.
  6. Seksuele integriteit
    Door het gebruik van de nieuwe media kunnen mensen in contact komen met anderen die ongewenste en/of grensoverschrijdende intimiteit of seksualiteit op het oog hebben. Dit gaat zowel om woorden als om activiteiten die de persoon niet wenst of die de seksuele integriteit van de persoon schendt. Begeleiden is mensen helpen hun seksuele integriteit te behouden.
  7. Financiële haalbaarheid
    Het gebruik van de nieuwe media kan gepaard gaan met veel geld. De nieuwe media kunnen veel geld kosten en ze kunnen mensen veel geld doen verliezen. Begeleiden is mensen bewust maken van de financiële risico’s en financiële problemen vermijden.

Begeleidingsproces

Deze zeven bakens zijn richtingsaanwijzers voor het ethisch omgaan met de nieuwe media en voor de begeleiding. Het is opdracht van de medewerkers om de personen met een beperking zo te begeleiden in het gebruik van de nieuwe media dat ze de gepaste tijd en ruimte onderscheiden, een kritische houding tegenover informatie aannemen, respectvol met anderen omgaan, de privacy van zichzelf en anderen beschermen, hun psychische gezondheid behoeden, hun seksuele integriteit behouden en financiële problemen vermijden. Ook voor de medewerkers zelf zijn dit bakens bij hun eigen gebruik van de nieuwe media.
De bakens zijn echter ook waarschuwingstekens voor een ethisch onverantwoord omgaan met nieuwe media. De ‘keerzijde’ van deze bakens zijn ‘valkuilen’. Het begeleidingsproces is er dan op gericht deze ‘valkuilen’ te vermijden.
Het begeleidingsproces verschilt van persoon tot persoon. De ene heeft meer begeleiding nodig dan de andere, en dit afhankelijk van leeftijd, mogelijkheden en beperkingen. De begeleiding is er op gericht de personen met een beperking te ondersteunen in een groeiproces naar het maken van verantwoorde keuzes. Dit geldt ten andere voor alle mensen. Daarom kunnen de medewerkers zich laten inspireren door de goede en gewenste praktijken uit gezinssituaties en andere begeleidingssituaties.
In het advies over de Ethiek van de professionele ondersteuningsrelatie (2007) hebben we een ethische visie ontwikkeld op het begeleidingsproces met aandacht voor het spanningsveld tussen afstand en nabijheid, en tussen privé en werk. Hoewel de nieuwe media een enorme kans bieden om te communiceren met personen met een beperking en hun naastbetrokkenen, is het toch belangrijk dat medewerkers een onderscheid maken tussen privé en werk. Ze hebben de opdracht hun eigen persoonlijke levenssfeer en die van anderen te respecteren en te beschermen. Daarom kunnen medewerkers de nieuwe media enkel gebruiken om te communiceren met personen met een beperking en hun naastbetrokkenen in de professionele context van het begeleidingsproces. Daartoe gebruiken ze zoveel mogelijk een professionele gsm, emailadres of sociaal netwerkaccount. Ze vermijden het gebruik van nieuwe media met privégegevens of privémateriaal. Het is bovendien aangewezen dat de medewerkers afspraken maken in hun team en met hun leidinggevenden over het inzetten van nieuwe media in de begeleiding.

In het advies over Zorgvuldig omgaan met informatie (2010) hebben we tien zorgvuldigheidscriteria voorgesteld. Deze criteria zijn met de nodige wijzigingen ook toepasbaar bij het omgaan met de nieuwe media.


Omgaan met regels

Regels

De begeleiding kan ondersteund worden door regels. We kunnen een onderscheid maken tussen interne en externe regels. Met externe regels bedoelen we juridische regels en gebruiksregels die de nieuwe media zelf opstellen. Deze regels worden in het begeleidingsproces opgenomen en worden daar ook bespreekbaar gemaakt.
De interne regels hebben we uitvoerig besproken in het advies over Omgaan met verscheidenheid van waarden en normen, regels en afspraken (2009). Regels zijn concrete richtlijnen voor het leven en handelen. Regels voor de nieuwe media zijn gericht op een verantwoord omgaan met deze nieuwe media en op de goede leer-, werk- en leefsfeer voor alle betrokkenen. Ze geven richtlijnen zodat de personen met een beperking rekening houden met de zeven bakens zonder ze te schenden. Ze gelden voor een hele voorziening of school, ofwel specifiek voor een zorgeenheid of klas. Het is best het aantal te beperken tot enkele essentiële en duidelijke regels.

Regels opstellen en motiveren

De verantwoordelijke medewerkers stellen de interne regels op voor het omgaan met de nieuwe media. Ze doen dit zoveel mogelijk in overleg met de personen met een beperking, rekening houdend met hun leeftijd en mogelijkheden, en met hun naastbetrokkenen. De medewerkers motiveren de regels vanuit hun visie op een ethisch omgaan met de nieuwe media en vanuit de zeven bakens in de begeleiding.

Omgaan met regels en grensoverschrijdend gedrag

Als een persoon met een beperking een regel in verband met de nieuwe media overtreedt, maken de medewerkers de motieven en de gevolgen van zowel de regel als het grensoverschrijdend gedrag bespreekbaar. Waarom hebben de medewerkers een bepaalde regel gesteld? Beschermt de regel de bakens? Welke gevolgen heeft de regel? Waarom leeft de persoon met een beperking de regel niet na? Wat zijn de gevolgen van het gedrag?

Individuele afspraken maken

Uit dit gesprek kan blijken dat omgaan met de nieuwe media door de persoon met een beperking begrensd moet worden, of bijgestuurd worden of meer kansen moet krijgen. Begrenzen, bijsturen of kansen geven kan door het maken van een afspraak. In overleg met de persoon met een beperking en de naastbetrokkenen individualiseren de medewerkers de algemene leefregel in een individuele afspraak, die rekening houdt met de mogelijkheden en beperkingen van de persoon en de groep.


Besluit

Met dit advies nodigt de visiegroep uit tot een positieve houding tegenover het omgaan nieuwe media. De nieuwe media dragen bij aan de waarden van autonomie en participatie van de persoon met een beperking. Dit impliceert enerzijds dat de voorzieningen en scholen de nieuwe media toegankelijk maken en integreren in leer-, werk- en leefsfeer. Daartoe is vorming nodig voor zowel de personen met een beperking als de medewerkers. Dit impliceert anderzijds dat de medewerkers de personen met een beperking begeleiden bij het omgaan met de nieuwe media. Bakens in deze begeleiding zijn tijd en ruimte, kritische houding, respectvolle omgang, privacy, psychische gezondheid, seksuele integriteit en financiële haalbaarheid. Op basis van deze bakens in de begeleiding kunnen de medewerkers regels opstellen en eventueel individuele afspraken maken voor het ethisch omgaan met de nieuwe media.

Schematisch overzicht

De dynamiek van het omgaan met de nieuwe media kunnen we als volgt schematisch voorstellen. Het kader is een positieve houding met kansen, gedreven vanuit de waarden van autonomie en participatie. Centraal staat de integratie van de nieuwe media met het toegankelijk maken, het integreren en het vorming bieden. De begeleiding daartoe gebeurt vanuit zeven bakens die de richting aanwijzen voor een ethisch omgaan met de nieuwe media. De begeleiding kan ook ondersteund worden door regels die gemotiveerd zijn vanuit de bakens.


Goede en gewenste praktijken ter inspiratie

Toegankelijk maken

  • We kunnen pas geleidelijk de nieuwe media in de voorzieningen en scholen ter beschikking stellen. Vele personen met een beperking staan al verder en maken gebruik van de nieuwste middelen. Ze hebben vaak ook een betere kennis van de nieuwe media dan wij.
  • Er zijn zeer grote verschillen tussen de personen met een beperking wat hun toegang tot de nieuwe media betreft. Dit hangt samen met hun financiële mogelijkheden. Daarom streven we ernaar dat alle personen met een beperking een minimale toegang hebben tot de nieuwe media. Dit minimum kunnen we voorzien met apparatuur van de school of voorziening.

Verbeteren van de communicatie

  • Bijna iedereen heeft een gsm en dit vergemakkelijkt de communicatie wanneer de personen met een beperking zich op afstand bevinden. Als ze alleen wonen of bij hun familie, of op uitstap zijn of gewoon onderweg, dan kunnen ze steeds met de gsm contact opnemen met ons. Dit biedt veiligheid. Ook wij kunnen hen steeds contacteren.
  • We kunnen ook een gsm voorzien voor een bepaalde leefgroep. Deze gsm is dan permanent bereikbaar. Het is bovendien mogelijk het bellen of sms’en naar deze gsm volledig gratis te maken voor de gebruiker. Dit verlaagt nog de drempel.
  • Met de ouders van leerlingen communiceren we niet alleen via brieven of telefoon, maar we maken ook gebruik van sms, e-mail en andere nieuwe media om hen te bereiken.
  • We gebruiken skype voor het contact van bepaalde bewoners met hun ouders. Het bevordert de communicatie omdat er zowel auditief als visueel contact mogelijk is.
  • Door de nieuwe media te gebruiken, slagen we er soms in beter te communiceren met personen met een beperking. Het is geen face-to-face gesprek meer. Ze vertellen soms zaken die ze in een gewoon gesprek niet zouden vertellen.
  • Bij personen met een auditieve beperking werken we met een begeleiding via skype. Ze stellen hun vraag via sms, maar het is niet evident om via sms ook een duidelijk antwoord te geven. Via skype kunnen we gerichter communiceren met hen.

Verhogen van de maatschappelijke participatie

  • We maken veel gebruik van google maps. Het is een gebruiksvriendelijk programma dat zich onder meer leent voor het werken rond het netwerk in de thuiscontext. Met de zoekfuncties en Street View kunnen we hen helpen hun weg te vinden bij verplaatsingen.
  • We maken gebruik van google agenda. Als een persoon met beperking vraagt om ondersteuning bij het maken van de weekagenda, kunnen we de planning maken en bijwerken via google agenda.
  • Mensen met een beperking kunnen gebruik maken van relatie-sites om mogelijks een partner te vinden.

Integreren in de school

  • We investeren in smartboard voor de ASV-werking op school. Zo kunnen leerkrachten lesgeven met het gebruik van een smartboard.
  • We organiseren bijscholing voor leerkrachten die niet goed weg kunnen met smartschool. Deze vorming kunnen we ook intern organiseren met eigen mensen, zonder een beroep te doen op externe instanties.
  • We doen een beroep op de methodiek van ‘Luisterogen’. Deze organisatie wil mensen met beperkingen taal leren door ze in contact te brengen met verhalen en boeken. Ze reiken praktische en ook digitale tools aan om de doelgroep in de maatschappij te laten functioneren.
  • We geven steeds meer huistaken en andere opdrachten aan de leerlingen via de nieuwe media.
  • We hebben met de oud-leerlingenbond een facebook-pagina aangemaakt om zo met de oud- leerlingen te communiceren en activiteiten aan te kondigen. Er komen veel reacties op deze pagina en het brengt de oud-leerlingen terug in contact met elkaar.

Integreren in de voorziening

  • In de leefgroep hebben we een facebook-account. Vele bewoners hebben ook een account. Door dit samen te gebruiken, kunnen we hen helpen en begeleiden in het omgaan met de nieuwe media. Het is uiteraard belangrijk om werk en privé te onderscheiden. We leren hen filteren wat je deelt. We gebruiken ook de tool ‘evenementen’ om onze activiteiten voor te stellen en hen te laten inschrijven.
  • We werken met een digitaal dossier via een internetplatform binnen een beveiligd netwerk. Met een login kunnen interne medewerkers het dossier raadplegen. Het dossier bevat administratieve, familiale, sociale en medische gegevens, en het ondersteuningsplan. Het dagboek met observaties bevindt zich ook op het internetplatform. De personen met een beperking hebben ook met een login inzage in hun dossier.
  • We gebruiken de nieuwe media bij het opstellen van het individueel handelingsplan. We doen de voorbereidingen aan de hand van een online-vragenlijst. Deze vragenlijst hebben we zelf ontworpen aan de hand van een online-enquêteprogramma. Ook de voorbereiding van de vrije namiddag doen we met een online vragenlijst.
  • We maken gebruik van het programma ‘Mijn doelen stellen’. Dit gebruiksvriendelijke programma helpt om doelen te selecteren met de vraag welke elementen ondersteunend en welke belemmerend zijn om die doelen te bereiken.
  • Tot nog toe werken we met een blog voor de planning van activiteiten, wijzigingen in de organisatie, enz. De personen met een beperking houden dit bij, maar ervaren dit als statisch, met weinig feedback. Daarom zoeken we nu naar sociale netwerksites om informatie op een dynamische wijze te verspreiden.
  • Voor personen met een ernstige verstandelijke beperking zijn de nieuwe media niet gemakkelijk. Maar we maken gebruik van hulpmiddelen, aangepaste programma’s of applicaties. Ipads met een touch screen maken het mogelijk om minder via taal en meer via beelden te werken.

Vorming aanbieden

  • Voor vorming werken we samen met studenten die stage doen of een eindwerk maken. Binnen hun opdracht kunnen ze mensen met een beperking leren werken met de nieuwe media. Ze kunnen hen individueel begeleiden, hen basisvaardigheden leren, maar ook zoeken naar websites of games op hun maat.
  • We doen beroep op ‘Digistap’. Dit is een organisatie die de digitale kloof voor personen met een verstandelijke beperking wil helpen wegwerken door het organiseren van aangepaste vormingsprojecten en het nemen van andere sociaal-culturele activiteiten. Personen met  een beperking en hun begeleiders kunnen er samen vorming volgen.

Bakens bij het begeleiden

  • We helpen personen met een beperking om kritisch te staan tegenover de kwaliteit en de betrouwbaarheid van de informatie. We doen dat in een gesprek, maar dat is niet altijd gemakkelijk. Het is ook niet altijd duidelijk welke websites betrouwbaar zijn. Naargelang van de noden van de persoon met een beperking, bevelen we hen betrouwbare websites aan.
  • Voor bepaalde doelgroepen beperken we de toegang tot bepaalde websites. Het is mogelijk software met een filter te installeren. Voorbeeld van een goed programma is ‘Family safety’.
  • We raden de personen met een beperking aan om alleen mensen als vriend toe te voegen als ze deze persoon ook “in het echt” gezien hebben en kennen.


Links

Websites

Documenten


Leden van de visiegroep ethiek in welzijn en buitengewoon onderwijs:

Aartrijke, O.C. Engelbewaarder: mevr. Katrien Wydhooge 
Bellingen, O.C. Huize Terloo: mevr. Patty Martens
Brecht, O.C. Clara Fey: mevr. Sabine Brulez en dhr. Toon Kustermans 
Brussel, O.C. Koninklijk Instituut Woluwe: mevr. Stéphanie Weynants
Gent, O.C. Sint-Jozef: dhr. Dirk Van De Loock en mevr. Brigitte Van Overbeke 
Gent, Provincialaat Broeders van Liefde: mevr. Katrien Debreuck en dhr. Axel Liégeois 
Gentbrugge: K.O.C. Sint-Gregorius: Mevr. Karlien De Maesschalk en mevr. Griet Geysels
Gijzenzele, O.C. De Beweging: dhr. Kristof Weytens 
Handzame, O.C. Sint-Jan de Deo: mevr. Inge Declerck 
Leuven, O.C. Het Roerhuis: dhr. Wilfried Jorissen
Lummen, K.O.C. Sint-Ferdinand: mevr. Kelly Van Ouytsel en dhr. Luc Vandeput 
Roeselare, O.C. Sint-Idesbald: dhr. Marnick Seys
Vurste, O.C. Br. Ebergiste: mevr. Annelies Maes

Contactpersoon: Axel Liégeois
E-mail: axel.liegeois@broedersvanliefde.be

Download de tekst hier in pdf:

 

Gerelateerde wetenschappelijke artikels
Met dit advies wil de visiegroep ethiek een houvast bieden bij het omgaan met verantwoordelijkheid in de voorzieningen voor welzijn en de scholen voor buitengewoon onderwijs van de Broeders van Liefde. We focussen op de verantwoordelijkheid in de ...
In welzijn en onderwijs wordt veel gesproken en besproken, zowel met de persoon met een handicap als over hem of haar. Het woord bevat informatie en deze informatie is nodig opdat de begeleiders hun verantwoordelijkheid voor een goede zorg zouden ...
De werkgroep ethiek in de ortho(ped)agogische zorg bij de Broeders van Liefde ziet de mens met een handicap als een volwaardige persoon die ook als volwaardig burger, net als elke andere burger, zelf zijn of haar leven vorm én inhoud kan geven ...
Eén van de kernproblemen in de relatie tussen begeleiders en personen met een handicap is het omgaan met vrijheid en dwang: hoe kunnen we zoveel mogelijk de vrijheid van de persoon met een handicap respecteren en bevorderen, en wanneer is het ...
De werkgroep ethiek in de ortho(ped)agogische wil de begeleiders en de directies uitnodigen om aan de hand van dit advies kritisch na te denken over en om te gaan met het seksueel gedrag van personen met een handicap. Seksualiteit behoort immers tot ...

Schrijf je in op onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte